Professor Joe Kirschvink was de eerste proefpersoon die zijn hersengolven liet meten in een draaiend magnetisch veld.

© SPENCER LOWELL/TRUNK ARCHIVE

Zintuig nr. zoveel

De vijf klassieke zintuigen zijn lang niet genoeg om alle indrukken die je krijgt, te verwerken. Andere zintuigen houden je in evenwicht en reageren op ongedierte op je huid. En nu vullen onderzoekers de lijst aan met een magnetisch zintuig.

1 september 2017 door Adam Fribo

1. Magnetisch zintuig

Metalen in de aarden geven je richting

We weten al langer dat vogels en insecten navigeren op het aardmagnetisch veld. Nu duidt nieuw onderzoek erop dat ook de menselijke hersenen elektrische velden kunnen waarnemen. 

Op 3000 km diepte bevindt zich de aardkern met zijn ijzer en nikkel. De beweging van die metalen leidt tot een magnetisch veld dat ons beschermt tegen de gevaarlijke kosmische straling. En het lijkt ons ook van een innerlijk kompas te voorzien. 

De Amerikaanse hoogleraar geobiologie Joe Kirschvink meent dat mensen veranderingen in het magnetisch veld waarnemen, net zoals sommige dieren. Zo navigeren bepaalde vogelsoorten op het aardmagnetisch veld. 

Hun magnetische zintuig zetelt vermoedelijk in de ijzerhoudende mineralen in de snavel en in bepaalde eiwitten in de ogen. Kirschvink zette proefpersonen in een metalen kooi, die beschermt tegen elektrische invloeden van buitenaf. 

Toen hij een magnetisch veld in de kooi liet draaien, piekten de alfagolven in het brein van de proefpersonen. Dat is een teken dat ze indrukken verwerken.

2. Evenwichtszintuig

Kristallen houden je op de been

In je binnenoor zitten zo’n 3500 piepkleine haartjes die zelfs de kleinste beweging opmerken.

Een goede balans zit niet in je lichaam, maar in je oor. Het zogeheten vestibulaire orgaan of evenwichtsorgaan zorgt ervoor dat je overeind blijft en niet duizelig wordt als je je hoofd beweegt. 

Het zintuig wordt aangestuurd door een complex stelsel van haartjes en kristallen in je binnenoor. Als je bijvoorbeeld naar links en rechts kijkt voor je een straat oversteekt, beweegt een vloeistof in het binnenoor mee. 

Het duwt tegen ultragevoelige haartjes, die in contact staan met de gehoorzenuw. 

Die zenuw seint de hersenen in, die vervolgens de informatie vergelijken met zintuiglijke indrukken van bijvoorbeeld de ogen en de hals; zo bepalen ze of je alleen je hoofd beweegt of misschien je evenwicht bent verloren en aan het omvallen bent.

Oor staat in contact met de hersenen 

Dankzij een kronkelig stelsel van gangen en zenuwverbindingen in het oor weten je hersenen steeds waar je hoofd zich bevindt.

3. Tijdszintuig

Lichtsensor houdt je wakker

Net achter je ogen zit je lichtmeter, waarmee je lichaam dag en nacht uit elkaar houdt. Je dag wordt grijzer als je je neerslachtig voelt. 

Een onderzoek van de universiteit Rochester in New York wijst uit dat mensen in een trieste bui blauw en geel niet zo goed zien als mensen in een neutraal of goed humeur. 

Al eerder is uit onderzoeken een verband tussen het zien van kleuren en de signaalstof dopamine naar voren gekomen. Nu hopen de onderzoekers dat de nieuwe resultaten tot een beter begrip van de dopaminesignalering in de hersenen zullen leiden.

Je inwendige klok is de nucleus suprachiasmaticus, een bundel hersencellen. Dit hersengebied houdt dag en nacht uit elkaar via zenuwverbindingen naar het netvlies, die meten hoeveel licht er om je heen is. 

Op basis van de lichtsterkte verlaagt of verhoogt de nucleus suprachiasmaticus de dosis hormonen zoals melatonine en cortisol, die beïnvloeden hoe moe je je voelt en hoeveel energie je lichaam omzet. 

Je inwendige klok kan in de war raken als je vlak voor bedtijd in fel licht kijkt, zoals van een computer of telefoon. Onderzoeken wijzen uit dat het licht van deze apparaten het slaaphormoon melatonine onderdrukt en je dag- en nachtritme verschuift. 

Je kunt dus moeilijk slapen, al heeft je lichaam behoefte aan rust. En de ochtend daarna ben je minder aandachtig.

Zonneklok dirigeert je hormonen  

Het lichtcentrum van je hersenen, de nucleus suprachiasmaticus, doseert melatonine en cortisol, het slaap- en stofwisselingshormoon.

4. Bewegingszintuig

Zenuwdraden verraden je armbewegingen

Op een heel gewone dag moet je lichaam al allerlei ingewikkelde coördinatieoefeningen uitvoeren, zoals opstaan uit bed, aankleden en naar het werk fietsen. Daarom is je bewegingszin altijd aan het werk. 

De zogeheten proprioceptie houdt in de gaten waar al je lichaamsdelen zich bevinden ten opzichte van elkaar. Het zintuig huist in de gevoelige zenuwdraden, die rond de spieren in onder meer je armen en benen zijn gewikkeld. 

De zenuwdraden registreren het als een spier zich samentrekt of opgerekt wordt. Ze sturen daarover een bericht naar de hersenen, die berekenen waar in de ruimte de spieren zich nu bevinden.

Dankzij je bewegingszin kun je met je ogen dicht je vinger naar het puntje van je neus brengen.

© Shutterstock

5. Jeukzintuig

Ongenode gasten zijn er gloeiend bij

Muggen, teken en ander ongedierte prikkelen een zintuig dat nog niet zo lang geleden in kaart is gebracht: de jeukzin. Om door de huid heen te dringen gebruiken parasieten proteasen. 

Deze enzymen zetten witte bloedlichaampjes ertoe aan om de signaalstof histamine te produceren, die de zenuwcellen in de huid activeert. Het resultaat is jeuk op de plek waar de parasiet heeft gebeten of gestoken. 

Zo seint de jeukzin de hersenen in over de vijanden. Het zintuig kan ook geactiveerd worden door andere binnendringers, zoals pollen.

Jeuk attendeert je op teken en andere parasieten op je huid.

© SHUTTERSTOCK

6. Temperatuurzintuig

Lichaamsthermostaat laat je rillen van de kou

Een zeer belangrijk zintuig meet je temperatuur, die bij voorkeur tussen de 36,4 en 37,1 °C moet liggen. 

Dan werken de meeste enzymen het best. De hypothalamus in de hersenen regelt je temperatuur en past onder meer de stofwisseling, bloed somloop en zweetproductie aan aan de informatie van sensoren in onder andere de huid. 

Bij kou laat de hypothalamus bijvoorbeeld de spieren trillen, waardoor je extra warmte genereert.

© LEXANDER DEMIANCHUK/GETTY IMAGES

7. Pijnzintuig

Druk en warmte leveren pijn op

Pijn is het waarschuwingssysteem van het lichaam. De inwendige organen zitten, net als de huid, vol met gevoelige zenuwcellen, die druk, chemicaliën en temperatuurveranderingen opmerken. 

Deze nociceptoren slaan alarm bij temperaturen boven de 40 °C en onder de -5 °C, of als ze een plotselinge pH-verandering waarnemen die de cellen kan beschadigen met bijvoorbeeld zuurstoftekort. 

Als je je hand boven een hete kookplaat houdt, geven nociceptoren in de huid de hersenen een seintje. De hersencellen creëren nu een pijngevoel, zodat je je hand terugtrekt voordat de warmte zich door je huidlagen heen brandt.

Schommelingen van de temperatuur activeren zintuiglijke cellen in je huid, die je hersenen alarmeren.

© SHUTTERSTOCK

8. Hongerzintuig

Hormonen dempen de trek 

Als je maaltijd door je darmen glijdt, komen er verzadigende stoffen vrij. Honger is een basisbehoefte die ervoor zorgt dat je overleeft. Hebben je cellen te weinig energie, dan laat je rammelende maag je weten dat er iets in moet. 

Het gevoel wordt aangestuurd door hormonen die worden uitgescheiden door de maag, darmen en alvleesklier. 

Ze seinen de hypothalamus in, een hersengebied dat regelt hoe hongerig je je voelt. 

Onderzoekers denken dat mutaties in bepaalde verzadigingshormonen de reden zijn dat sommige mensen hun inname van voedsel moeilijk kunnen reguleren en daardoor overgewicht krijgen.

Bekijk ook ...

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: