Optimistic weather

Geboren optimisten

Uit nieuwe proeven blijkt dat we – tegen beter weten in – de toekomst zonnig inzien. En zelfs als we statistieken onder ogen krijgen die er niet om liegen, veranderen we onze visie niet. Overoptimisme moet ons waarschijnlijk behoeden voor een verlammende angst voor de toekomst.

16 augustus 2012 door Jonathan Beard

Denk eens aan de rest van je leven. Ga je scheiden, raak je betrokken bij een auto-ongeluk, zul je kanker krijgen? Of zie je het wat zonniger in en maak je promotie op je werk, blijf je tot ver in de pensioengerechtigde leeftijd gezond en win je zelfs de lotto?

Psychologen hebben dit soort vragen jarenlang aan mensen gesteld, en altijd waren de antwoorden heel eenduidig: bijna iedereen onderschat het risico op ongelukken en ziekten en overschat de kans op een lang en gezond leven.

En beter weten maakt grappig genoeg geen verschil. De meeste mensen weten bijvoorbeeld wel dat in het westen zo’n 50 procent van alle huwelijken uitdraait op een scheiding. Maar vraag de bruid en bruidegom op hun trouwdag – misschien ieder apart – hoe groot ze de kans achten dat ze bij elkaar blijven. Dan zeggen ze vast niet: ‘Tja, dat zal wel fiftyfifty zijn.’

Door een roze bril naar de wereld kijken, dat is wat Tali Sharot, psycholoog aan het University College London en auteur van veel artikelen en een boek over dit onderwerp, the optimism bias noemt: de neiging tot overoptimisme. Gedragspsychologen komen dit heel vaak tegen, en vragen zich met name twee dingen af: waarom blijven we zo optimistisch als de werkelijkheid toch steeds iets anders laat zien? En hoe is dit menselijke trekje geëvolueerd?

Tali Sharot is met de eerste vraag het laboratorium in gegaan. Proefpersonen die in de hersenscanner lagen, moesten nu het risico op 80 nare gebeurtenissen beoordelen, zoals alzheimer krijgen of bestolen worden. Vervolgens kregen deze proefpersonen te horen wat het risico daadwerkelijk was, en daarna werd hun dezelfde vraag nog eens gesteld.

Als de proefpersonen aan iets positiefs dachten, vertoonde de amygdala de meeste activiteit. (naar rechts)

Slecht nieuws wordt genegeerd

De proefpersonen bleken hun schatting wel bij te stellen na het bekijken van de statistieken, maar alleen als dat in hun voordeel uitpakte. Als ze bijvoorbeeld dachten 40 procent risico op kanker te hebben terwijl het in feite 30 procent was, stelden ze hun verwachtingen naar beneden bij. Maar als ze het risico op 10 procent hadden ingeschat, dachten ze na het zien van de statistieken nog steeds dat het risico een op tien was.

Dankzij de scanner konden Sharot en haar collega’s zien hoe de hersenen op de test reageerden. Als de proefpersonen slechtere cijfers te zien kregen dan hun eigen inschatting, was de activiteit rond de frontale kwab beperkt. Maar als de informatie meeviel, was er een hogere activiteit te bespeuren in een gebiedje in de buurt. Het leek er dus sterk op dat de hersenen goed nieuws maar al te graag tot zich door laten dringen, maar niet zo happig zijn op slecht nieuws.

Ook wijzen eerdere scans uit dat de amygdala in de hersenen aan het werk is als we ons iets positiefs over de toekomst voorstellen, maar niet van de partij is als we aan iets negatiefs denken. Dit gebied heeft onder meer als taak om informatie en indrukken te verwerken.

Er waren echter ook proefpersonen die wel openstonden voor slecht nieuws. Mensen die depressief waren, stelden hun verwachtingen snel naar beneden bij als de statistiek slechter was dan hun eigen inschatting. En zeer depressieve mensen overdreven dat zelfs.

Optimisten hebben het leuker

Maar hoe komt het toch dat de meesten van ons altijd blijven lachen, zelfs tegen beter weten in? Klassieke theorieën op het gebied van economie en psychologie stellen juist dat een goede beoordeling de kans op succes vergroot en het risico op verlies minimaliseert.

Toch lijkt dat niet altijd het geval te zijn als het gaat om ons welzijn, zowel geestelijk als lichamelijk. Een zonnige kijk op de toekomst kan op zich al een hele winst zijn: uit een onderzoek aan de University of Pittsburgh is gebleken dat vrouwen met een positieve instelling 14 procent minder risico lopen om tussen de 50 en 65 te overlijden.

Weer andere onderzoeken wijzen uit dat kanker- en aidspatiënten langer leven als ze hun ziekte niet al te somber inzien. Als we denken dat alles wel op z’n pootjes terecht zal komen, hebben we namelijk minder last van stress en nervositeit, dus verschijnselen die de zaak er alleen nog maar erger op kunnen maken.

Maar misschien is er een nog diepere verklaring. De mens is het enige dier met een zeer ontwikkeld bewustzijn, dus we beseffen dat we bestaan – maar ook dat we doodgaan. Die wetenschap kan tot een verlammende angst leiden, en met zwartgalligheid zouden we de vooruitgang in gevaar brengen. Wellicht is ons optimisme daarom gewoon niet stuk te krijgen.

kijk jij door een roze bril?

We zien de toekomst te zonnig is, maar we zijn ook geneigd onze eigen vermogens te positief te beoordelen.

Test jezelf en schat in of je bij de beste of de slechtste helft van de bevolking hoort.

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: