Waarom hebben we tien vingers?

1 september 2009

Om het antwoord op deze vraag te vinden, moeten we 408 tot 360 miljoen jaar terug, naar het devoon. In dit geologische tijdperk ging een aantal vissen van de Sarcopterygii-soort meer als padden leven en vormde de oorsprong van alle gewervelde diersoorten, inclusief de mens. Eenmaal op het land ontwikkelden deze primitieve padden vingers en tenen om zich mee voort te bewegen. De oudste paddensoorten hadden al aanleg voor tien vingers en tenen, zoals blijkt uit het oudste fossiel ooit van een vierpotig gewerveld dier: de Ichthyostega. Deze leefde zo’n 360 miljoen jaar geleden en was een meter lang. Tien vingers en tenen komen dus al voor bij de gemeenschappelijke oervorm van alle gewervelde landdieren, en bij veel huidige diersoorten, waaronder de mens, is het aantal bewaard gebleven. Als je naar je hand kijkt, zie je een primitieve eigenschap. We hebben die eigenschap gemeen met andere primaten. Ook met de vleermuis; hij kan vliegen doordat zijn vingers heel lang zijn geworden en er huid tussen is gegroeid. Toch zijn er zoogdieren die in de loop der tijd minder vingers en tenen kregen. Zo heeft de neushoorn maar drie tenen, en paarden lopen rond op één lange teen aan elk been. Bij andere gewervelde dieren, zoals de slang, zijn de ledematen volledig verdwenen.

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: