Trekvogels leggen vaak duizenden kilometers per jaar af. Ze gaan net als veel andere dieren op zoek naar plekken waar ze betere kansen hebben om te nestelen en voedsel te vinden, of waar het klimaat dat seizoen prettiger is.
Doordat ze kunnen vliegen, zijn vogels natuurlijk heel mobiel, en kunnen ze beter gebruikmaken van de seizoenswisseling. De meest extreme vogeltrek heeft de noordse stern, die onder meer van visjes in de zee leeft. Hij nestelt in de Arctische zomer en vliegt daarna verder de wereld over naar Antarctica om voedsel te zoeken. Per jaar legt hij zo’n 80.000 kilometer in de lucht af.
De trekvogels die in het voorjaar naar het noorden vliegen, zoals zwaluwen, hebben in het warmere Europa of in Afrika overwinterd en willen daarna gebruikmaken van de rijke, zomerse traktatie van insecten. In de warme landen is er ’s zomers niet genoeg voedsel om de jongen mee groot te brengen, omdat het er te droog is. In de nazomer of herfst gaan ze weer naar het zuiden omdat ze niet toegerust zijn voor een strenge winter.
Een vuistregel: hoe groter het verschil tussen zomer en winter in een gebied is, des te meer trekvogels er zijn. Zo is de spreeuw in het noorden een trekvogel maar een standvogel in Engeland, waar de winters milder zijn. In de poolstreken zijn alle vogels trekvogels, en in het tropisch regenwoud zijn alle vogels standvogels, omdat het voedselaanbod het hele jaar vrij constant is.
De noordse stern nestelt in de Arctische zomer en geeft de jongen visjes te eten.
Abonnement: In dit nummer kun je onder meer lezen over de wedloop om het aidsvaccin en lichten we een tipje van de sluier op over de auto's van de toekomst.
Abonnement: Download een complete uitgave van Wetenschap in Beeld. Helemaal gratis. Je hoeft alleen maar in te loggen als gebruiker van wibnet.nl.
Lees wat de journalisten Helle en Henrik Stub van Wetenschap in Beeld over het heelal te melden hebben.
Verdiep je in de grootste gebeurtenissen van de 2. Wereldoorlog.