Asteroid landing

NASA wil mensen op een planetoïde zetten

De VS hebben het plan laten varen om de maan als springplank naar Mars te gebruiken. Een bemande missie is nog steeds het grote doel, maar eerst zal NASA zich meer bezighouden met het ISS, raketten ontwikkelen en mensen op een planetoïde zetten.

4 oktober 2010 door Helle & Henrik Stub

President Obama heeft grootse plannen voor de ruimtevaart:

‘Ik verwacht dat we in 2025 met een nieuw ruimteschip voor lange reizen de allereerste bemande missies tot diep in de ruimte kunnen maken, voorbij de maan. Om te beginnen sturen we astronauten voor de eerste keer ooit naar een planetoïde. Ik denk dat we midden jaren 2030 mensen in een baan rond Mars kunnen sturen. Een Marslanding volgt. Ik zal het nog wel meemaken.’

Deze woorden sprak de president op 15 april dit jaar tijdens zijn toespraak over de toekomst van de ruimtevaart op Kennedy Space Center in Florida. Na de felle kritiek die Obama kreeg omdat hij eerder dit jaar het Constellationproject afblies, was men benieuwd naar zijn rede. Constellation begon onder president Bush in 2004 en was bedoeld om mensen naar Mars te sturen vanaf een maanbasis.

Obama had zo zijn redenen om Constellation op te geven, al werd het project gesteund door de twee grote politieke partijen. Ruimteprogramma’s zoals Apollo en Constellation verenigen de natie, dus er moest snel een nieuwe visie komen. En Obama koos voor het vliegen naar een planetoïde als een eerste etappe op de lange weg naar de rode planeet.

Er bestaan goede argumenten voor die enigszins onverwachte route naar het uiteindelijke doel. Ten eerste is het in veel opzichten makkelijker om naar een planetoïde te vliegen dan naar de maan. Op een planetoïde is de zwaartekracht namelijk veel lager, en dit betekent dat er minder brandstof verloren gaat met het remmen voor de landing. Bovendien is een planetoïdereis vrij snel te realiseren, 10 tot 15 jaar vóór een Marslanding mogelijk is. Het is belangrijk dat het doel niet al te ver in de toekomst ligt.

Ten tweede kunnen we planetoïden zoeken die langs de aarde scheren, zodat we er snel kunnen komen zonder al te veel brandstof te verbruiken. Vliegen naar een planetoïde bij de aarde in de buurt hoeft niet langer dan één of twee maanden te duren, en de hele reis heen en terug is binnen een halfjaar te doen – zelfs al zou er een maand besteed worden aan onderzoek op de planetoïde – terwijl een Marsreis algauw 18 tot 36 maanden in beslag neemt.

Ten derde zijn planetoïden om meerdere redenen belangrijk. Hier zijn de beste sporen te vinden van het ontstaan van het zonnestelsel, en wellicht zijn er grondstoffen zoals ijs en mineralen. Het is ook van belang om te onderzoeken of de baan van een planetoïde te veranderen is – voor het geval dat een groot exemplaar ooit de aarde dreigt te treffen.

Net zoals in de tijd van Apollo zullen mensen aan de tv gekluisterd zitten om te zien hoe een ruimteschip rustig naar een hemellichaam met een zwaartekracht van nog geen duizendste van die van de aarde zweeft – en met harpoens wordt verankerd, zodat het niet afdrijft. De astronauten zullen meer zweven dan lopen als ze het stoffige oppervlak betreden. En ze zullen de aarde en de maan zien als twee heldere sterren aan de gitzwarte hemel.

Thema

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: