Maakt ruimtestof sondes niet kapot?

Hoe komt het dat ruimteschepen niet worden geraakt en vernield door ruimtedeeltjes die zich zo snel voortbewegen?

1 september 2009

Ruimteschepen en satellieten worden aan de lopende band door ruimtedeeltjes geraakt. Deze deeltjes zijn doorgaans zo klein dat ze geen schade aanrichten, zelfs niet als ze met kilometers per seconde aan komen vliegen. Ruimteschepen zijn uitgerust met een schild dat bescherming biedt tegen objecten met een maximale doorsnede van een centimeter. De kans dat het ruimteschip door een groter object wordt geraakt, is niet zo groot. Er zit namelijk veel ruimte tussen de grote en gevaarlijker stenen. Hoe groter de deeltjes, hoe zeldzamer. Volgens berekeningen wordt de aarde slechts door één tot tien vuistgrote stenen per dag getroffen. Dat zijn er niet veel als je bedenkt dat het oppervlak van de aarde een half miljard vierkante kilometer is. Dat de ruimtevaart niet zo zwaar tilt aan het risico op botsing met ruimtedeeltjes is uitsluitend gebaseerd op dit soort statistiek. Want als het een keer tegenzit en een ruimtevaartuig in botsing komt met een vuistgrote steen, zijn de gevolgen niet te overzien. Door zijn hoge snelheid ontwikkelt de steen in beweging een energie die gelijkstaat aan zo’n 100 kilo springstof. Zelfs een veel kleinere steen heeft een verwoestend effect. De aanwezigheid van dergelijke ‘ruimtestenen’ hangt sterk af van de positie in het zonnestelsel. Buiten het zonnestelsel, tussen de sterren, is het bijna helemaal leeg. Zelfs in de buitenste delen van het zonnestelsel, in de gebieden die Oortwolk en Kuipergordel heten, heeft een ruimtevaartuig enorm veel bewegingsruimte, dus hier kun je het je rustig veroorloven geen rekening te houden met een botsing.

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: