Cernan in maanwagen

Apollo 17: De laatste maanreis sloeg alles

In december 1972 beginnen drie mannen aan de tot nu toe laatste reis naar de maan. De Apollo 17 verbreekt daarbij alle records. De astronauten zijn ruim drie dagen op de maan en verzamelen tijdens drie lange wandelingen 115 kilo maanstenen. Het belangrijkste is echter dat er deze keer een wetenschapper mee op reis is, de geoloog Harrison Schmitt.

7 december 2009 door Stine Overbye

Een oorverdovend lawaai en een witgloeiende zee van gas en vlammen – daarmee begint de grote finale van het Apollo-programma. Om 0.33 uur laat de Saturnus V-raket voor het eerst in het donker zien wat hij kan. Een prachtig gezicht voor alle toeschouwers en het moment waar de drie astronauten zo lang op hebben gewacht.

Gene Cernan, Ron Evans en Harrison Schmitt zijn de drie uitverkorenen die als laatste onze maan zullen bezoeken. Vooral voor Harrison Schmitt is dit een emotioneel moment. Hij behoorde, sinds hij in 1965 bij de NASA begon, tot de eerste astronaut-wetenschappers en leidde andere astronauten op voor geologisch veldwerk. Het was de bedoeling dat hij als de eerste opgeleide wetenschapper mee aan boord van de Apollo 18 zou gaan.

Toen deze missie vanwege bezuinigingen werd afgelast, werd hem gevraagd de astronaut Joe Engle van de Apollo 17 te vervangen. Dat was een prettige, maar onverwachte verrassing voor Schmitt. Hij hoorde het nieuws via de telefoon in augustus 1971 van Deke Slayton, hoofd van de astronautenafdeling van de NASA.

‘Yes sir, ik zal mijn best doen,’ sprak Harrison Schmitt vlak voordat hij de hoorn oplegde, en hij vierde zijn benoeming tot maanlanderpiloot meteen door drie glaasjes whisky achterover te slaan.

Schmitt bij rotsblok

De laatste zal de beste zijn

Terwijl de Apollo 17 zich van de aarde verwijdert, is Schmitt vastbesloten zijn belofte aan Slayton waar te maken. Samen met Gene Cernan zal hij ervoor zorgen dat de laatste maanexpeditie de beste ooit wordt – ze zullen langer dan hun voorgangers op de maan zijn, meer monsters verzamelen en meer foto’s maken – en het Apollo-programma in stijl afsluiten.

Maar eerst wil Schmitt bewijzen dat het slim was om een wetenschapper bij dit project te betrekken. Hij weet dat hij een proefkonijn is; als hij alles goed doet, is de weg vrij voor andere wetenschappers die dolgraag meegaan op een volgende missie. Maar als hij faalt, kan hij wel eens de eerste én laatste wetenschapper in de ruimte worden.

Vóór Schmitt als wetenschapper de geologische geschiedenis van de maan kan gaan ontrafelen, moet hij aan de bak als piloot van de maanlander Challenger.

Dus als zijn ruimteschip op 11 december aan de afdaling naar Taurus-Littrow begint, een dal tussen de bergen, heeft Schmitt geen oog voor het vreemde landschap maar is zijn aandacht gericht op de instrumenten van de Challenger. Samen met het controlecentrum leest hij de hoogte- en brandstofmeters af, terwijl Cernan de handmatige besturing voor zijn rekening neemt en het ruimteschip in het maanstof laat landen.

Pas als Cernan tegen Houston zegt dat ‘the Challenger has landed’, kan Schmitt ontspannen het barre hemellichaam bekijken. Hij heeft dan wel de hele landing gemist, maar daar kan hij mee leven. Want over vier uur gaat hij op veldonderzoek in een gebied dat hij tot dan toe alleen op 400.000 kilometer afstand had gezien.

De aarde interesseert Schmitt niet

‘Hé, wie laat er een vies spoor op mijn maan achter?’ vraagt Schmitt uitgelaten als hij de ladder van de Challenger afdaalt. De schuldige is Cernan, die een paar minuten eerder voet op de maan heeft gezet en nu zijn collega dezelfde route ziet afleggen.

‘Man, het lijkt wel alsof je net ...’ zegt Cernan. ‘Op de maan hebt gelopen,’ maakt Schmitt de zin af.

Vol bewondering kijken de astronauten om zich heen. Schmitt, die als bijnaam ‘Dr. Rock’ heeft, is erg onder de indruk van het levenloze landschap, dat in niets lijkt op de aarde. Voor zijn voeten liggen stenen te glimmen in het felle zonlicht, in het donkere, met kraters bezaaide dal liggen rotsen die waarschijnlijk van de bergen naar beneden zijn gerold en aan weerszijden schieten enorme gesteenteformaties als piramides richting de hemel. ‘Een waar geologisch paradijs,’ stelt Schmitt vast.

Hij begint meteen de omgeving te onderzoeken, terwijl Cernan de maanwagen klaarmaakt voor de eerste rit.

Als hij de aarde als een fonkelende blauwwitte lamp ver weg boven het maangebergte ziet hangen, houdt Cernan abrupt op. ‘Wauw. Hé Jack, wacht even,’ zegt hij, en hij vervolgt:

‘Neem nou eens 30 seconden en kijk toch hoe de aarde boven het zuidelijk bergmassief hangt.’ ‘Wat? Naar de aarde kijken?’ vraagt Schmitt. ‘Kijk nou gewoon even,’ zegt Cernan. ‘Ach, de aarde. Als je er een hebt gezien, heb je ze allemaal gezien,’ plaagt Schmitt.

Astronauten misleid door oranje stof

Terwijl de eerste tocht vooral bedoeld is om boormonsters te nemen en experimenten te doen, zal de tweede excursie de langste rit uit de geschiedenis van het Apollo-programma worden. Cernan en Schmitt gaan negen kilometer rijden met de maanwagen om het zuidelijk bergmassief te bereiken, een tocht van een uur. Nooit eerder heeft een ruimtevaarder zo’n afstand op de maan afgelegd, maar zowel de geologen op aarde als de mannen op de maan denken dat het de moeite waard zal zijn.

En hun verwachtingen komen uit. Het zuidelijk bergmassief is een schatkamer vol verschillende mineralen, en terwijl Schmitt met de getrainde blik van een geoloog naar interessante stenen speurt, neemt Cernan de rol van assistent op zich: hij hakt genoeg maanmonsters los om de geologen van de NASA jarenlang bezig te houden. Onder de vondsten bevindt zich een wit stuk gesteente van een berg dat met zijn 4,5 miljard jaar de oudste steen is die ooit mee terug is genomen naar de aarde.

Op de weg terug stoppen de astronauten bij een krater, Shorty, waar Schmitt de grond routineus afspeurt en een een gekleurd gebied ontdekt dat zich duidelijk onderscheidt van de rest van de omgeving. Hij tilt het buitenste vizier van zijn helm op om beter te kunnen zien. ‘De grond is oranje!’ roept hij.

‘Blijf staan tot ik het ook gezien heb,’ zegt Cernan, die heel even denkt dat zijn collega een zonnesteek heeft opgelopen. Maar als hij dichterbij komt, moet hij Schmitt gelijk geven.

‘Hoe kan de grond op de maan nou oranje zijn?’ vraagt hij verbaasd. De astronauten vermoeden dat het een teken is van vulkanische activiteit, waar ze al zo lang naar op zoek zijn. Maar eenmaal thuis zal blijken dat ze het bij het verkeerde eind hadden: het zijn kleine stukjes natuurlijk glas die met stof zijn bedekt na de meteoorinslag die Shorty heeft veroorzaakt.

Schmitt onder het stof

Historische handdruk

In mei 1972 sloten de VS en de Sovjetunie een akkoord over toekomstige samenwerking in de ruimte.

De ontmoeting tussen een Apollo- en een Soyuz-ruimteschip symboliseerden de politieke dooi. Astronauten in het oosten en het westen gingen intensief elkaars talen leren, en ingenieurs stortten zich op een nog grotere taak: een koppelingsmodule die de twee verschillende ruimteschepen met elkaar kon verbinden en tegelijkertijd als luchtsluis zou dienen tussen het mengsel van zuurstof en stikstof in de Soyuz en de omgeving van pure zuurstof in de Apollo.

Soyuz 19 werd op 15 juli 1975 gelanceerd, en zeven uur later volgde Apollo 18.

Twee dagen later vond er een historische handdruk plaats tussen de twee kapiteins Stafford en Leonov. De missie diende primair een

Thema

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: