Charles M. Duke Apollo 16

Apollo 16: Race tegen de klok

De Apollo 16 loopt vertraging op omdat een noodsysteem het niet doet. De astronauten wachten uren. Als ze dan toestemming van Houston krijgen voor de maanlanding, hebben ze een dag verloren.

7 december 2009 door Stine Overbye

In april 1972 hebben de artsen van de NASA een teleurstellende mededeling voor Kenneth Mattingly: in een bloedmonster van de toekomstige astronaut zat een verhoogde hoeveelheid galkleurstof, een teken van leverontsteking.

Een paar weken voor de lift-off is dit verschrikkelijk nieuws en voor de tweede keer in twee jaar tijd staat het leven van de 36-jarige Mattingly op zijn kop. Begin 1970 kreeg hij drie dagen voor vertrek ook al te horen dat hij niet mee kon met de Apollo 13 omdat hij mogelijk met rodehond besmet was.

Nu hangt de astronautencarrière van Mattingly opnieuw aan een zijden draad. De drie jaren harde training lijken vergeefs, maar het ergste is dat hij, met nog twee Apollo-missies te gaan, wellicht nooit naar de maan zal reizen. Als het gevaar van ziekte vier dagen later is geweken, is hij zo opgelucht dat hij een gat in de lucht springt – zonder raket.

Maar zijn vreugde is van korte duur: op 20 april, vier dagen na de lancering van de Apollo 16, heeft Mattingly problemen na het loskoppelen van de maanlander Orion, met John Young en Charles Duke aan boord. De besturingsmodule Casper, waarvan Mattingly de piloot is, bevindt zich in een elliptische baan rond de maan, tussen de 15 en 111 kilometer boven het maanoppervlak. Terwijl de Orion op weg is naar de landingsplaats, moet Mattingly de besturingsmodule in een ronde baan op 111 kilometer boven de maan brengen.

Maanlanding wordt uitgesteld

Als hij het noodsysteem van de raketmotoren aan een routinetest onderwerpt, merkt hij dat er iets mis is: wanneer hij het systeem aanzet, begint de Casper te schudden en slingeren. ‘Dit werkt niet,’ zegt hij tegen zichzelf. Via de radio stelt hij de gezagvoerder op de hoogte, maar deze ervaren John Young, met vier ruimtevluchten een van de meest gelouterde NASA-astronauten, heeft geen oplossing. Ook Charles Duke, die net als Mattingly zijn eerste ruimtevlucht maakt, kan niet helpen.

Nu vrezen de astronauten dat het controlecentrum op aarde de missie zal afblazen nog voor ze begonnen zijn. Houston probeert inzicht te krijgen in de omvang van het probleem, maar er is niet veel tijd.

Als Mattingly zou zijn aangewezen op het noodsysteem van de raketmotoren en het werkt niet, kunnen de astronauten in een zeer benarde situatie belanden, waarin ze net als de astronauten van de Apollo 13 de maanlander als reddingssloep moeten gebruiken. Houston wil echter nog niet aan de noodrem trekken maar eerst eens uitzoeken wat er aan de hand is. Eén ding is zeker: de maanlanding wordt een paar uur uitgesteld.

Onzekerheid over de landing

Urenlang zweven de Casper en de Orion rondjes om de maan, en de astronauten wachten af terwijl de ingenieurs van de NASA de binnenkomende informatiestroom bestuderen. Naarmate de tijd verstrijkt neemt de spanning onder de astronauten toe. De zon komt op boven het Descartes-hoogland, de beoogde landingsplek van de Orion, en een dag later zal er te weinig licht zijn om te landen.

Hoe langer ze op een beslissing wachten, des te onwaarschijnlijker het lijkt dat John Young en Charles Duke op tijd op de maan gaan landen. Om 17.55 uur, vier uur en 28 minuten na Mattingly’s foutmelding, is Houston zover. Uit de berekeningen blijkt dat het noodsysteem toch gewoon werkt.

De elektronische signalen bereiken zonder probleem de raketmotoren, en al zouden deze gaan schudden, dan nog zijn ze onder controle te houden. De missie kan doorgaan, luidt het besluit uiteindelijk.

Broken ALSEP

Aankomst in mysterieus hoogland

‘Wauw, man! Waaauw! De Orion is er eindelijk, Houston. Fantastisch,’ rapporteert Charles Duke als de Orion eindelijk, met zes uur vertraging, in het maanstof tussen twee bergen op de maan staat. ‘Mooi zo. Houston, we hoeven niet ver te lopen om stenen te verzamelen. Ze liggen hier overal,’ voegt gezagvoerder John Young eraan toe.

Na het gespannen wachten is de bemanning eerst hard aan wat rust toe, maar 14 uur na de landing zijn ze dan toch echt klaar voor de eerste van drie geplande maanexpedities. Het lijkt een eeuwigheid te duren voordat ze de trap van de Orion zijn afgedaald. ‘Hé John, schiet ’ns op,’ roept Duke.

‘Ik schiet op,’ antwoordt Young. Dan staat hij op de maan, die baadt in het zonlicht, en strekt triomfantelijk zijn armen in de lucht. ‘Daar ben je dus, vreemd en onbekend Descartes-hoogland. Nou, de Apollo 16 zal jouw reputatie wel eens even veranderen.’

Young weet niet half hoe goed hij zijn woorden heeft gekozen. Geologen op aarde hebben voorspeld dat de Descartes-vlakte een heel andere geologische samenstelling heeft dan de donkere, vlakke en lager gelegen gebieden van de maan, waar de eerdere Apollo-missies zijn geland.

Ze denken dat het hoogland is ontstaan als gevolg van vulkanische activiteit – in tegenstelling tot de zeeën of ‘maria’ op de maan, oeroude reuzenkraters die door meteorieten zijn ontstaan en die direct na de inslag zijn gevuld met lava. Houston is dan ook benieuwd of de theorie klopt, maar voordat de twee astronauten wetenschappelijke monsters kunnen verzamelen, staan er een aantal andere dingen op het programma.

‘Hot dawg, dit is geweldig! Die eerste stap op de maan is echt super,’ juicht Duke als hij eindelijk op het oppervlak staat. Hij kijkt naar John Young, die begonnen is met de eerste opdracht: het installeren van een camera die de uv-straling van de sterren moet meten.

Tijdens zijn opleiding had Young grote problemen met de zware en onhandige camera, maar dankzij de geringe zwaartekracht op de maan krijgt hij er nu lol in. ‘Kijk, Charlie. Kijk eens hoe ik ’m vasthoud. Ik draag hem over mijn schouder! Hahaha,’ lacht John Young.

Duke moet gaten boren voor een thermometer die de warmtestroming in de maan kan meten. Maar dan struikelt Young over de kabel die de thermometer met het wetenschappelijke station ALSEP (Apollo Lunar Surface Experiments Package) verbindt.

‘Er is iets misgegaan,’ zegt hij tegen Duke. ‘Wat dan?’ vraagt deze. ‘Ik weet het niet, maar hier ligt een kabel los,’ zegt Young. ‘Het is de warmtestroom. Je hebt de kabel losgetrokken,’ stelt Duke vast.

‘O, sorry!’ verontschuldigt Young zich. De kabel is kapot en er is te weinig tijd om hem te repareren. Duke vindt het vooral jammer voor de wetenschappers die jaren op deze metingen hebben gewacht.

Big Muley op sleeptouw

Maar al gauw is het tijd voor de eerste rit in de maanwagen, en ook hier zijn de wetenschappelijke verwachtingen hooggespannen.

‘Hebben jullie nu al stenen gezien waarvan jullie zeker weten dat ze niet uit breccie bestaan?’ vraagt het hoofd geologie van de NASA, William Muehlberger, hoopvol als de astronauten even later op weg zijn naar de westkant van de Plum Crater. ‘Negative,’ antwoordt Duke. Dit antwoord hadden Muehlberger en zijn team, die de expeditie op een tv-scherm volgen, niet verwacht.

Volgens hun theorie is het Descartes-hoogland door vulkanische activiteit ontstaan en zou het gebied bezaaid moeten zijn met vulkanisch gesteente. Tot dan toe hebben de astronauten alleen maar brecciestenen gevonden, die gevormd zijn onder invloed van meteoorinslagen.

Ten oosten van de Plum Crater ziet het team van William Muehlberger echter een grote steen die, ondanks een dikke laag stof erop, glinstert als een kristal. De geologen vermoeden daarom dat deze steen vulkanisch is en ze vragen de astronauten om hem mee te nemen.

Young en Duke kunnen niet meteen zien om wat voor gesteente het gaat, maar Duke denkt dat het een gewone brecciesteen is. Hij houdt echter zijn mond.

‘Houston, weten jullie zeker dat jullie zo’n grote steen willen?’ vraagt Young verbaasd. ‘Hij weegt wel tien kilo.’ Deze steen krijgt de bijnaam Big Muley, naar William Muehlberger, en is met zijn 11,7 kilo de zwaarste maansteen die ooit is meegenomen naar de aarde.

Terug aan boord van de Orion hebben de bemanningsleden niet zozeer last van het feit dat ze geen vulkanische stenen vonden, maar van de grote hoeveelheid met kalium verrijkte sinaasappelsap die ze moeten drinken.

Het sap moet de hartritmestoornissen waar de bemanning van de Apollo 15 zoveel last van had, voorkomen, maar veroorzaakt flink wat ergernis bij de astronauten. Op weg naar de maan begon een zakje sap te lekken in de helm van Duke, waardoor zijn haar drijfnat en plakkerig werd. Maar erger nog zijn de bijwerkingen van deze vloeistof.

Het zure sap brandt in de maag en als Houston voor de zoveelste keer Duke en Young opdraagt om meer te drinken, antwoordt Young:

‘Ik word nog eens een sinaasappel. Echt! Ik denk dat ik op dit moment een pH-waarde van ongeveer drie heb.’

Thema

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: