Antares

Apollo 14: Hart maakt overuren

Na de Apollo 13 kan de NASA zich niet nog eens een fiasco veroorloven, dus de astronauten staan onder grote druk.

13 oktober 2009 door Stine Overbye

Oefening baart kunst, en Stuart Roosa bewijst het maar weer eens: 19 maanden lang heeft hij in een simulator geoefend op het koppelen van de besturingsmodule en de maanlander van de Apollo. Hij heeft de manoeuvre zelfs zo goed in de vingers dat hij deze met een minimaal brandstof-verbruik kan uitvoeren. In elk geval op aarde.

Roosa hoopt dat het in de ruimte ook zal lukken. Vierenhalf uur na de lancering ziet het er gunstig uit. Op zondag 31 januari 1971 om 19.41 uur ligt de besturingsmodule van de Apollo 14, de Kitty Hawk, in de juiste positie voor de samenkoppeling met de Antares, die nog steeds vastzit aan de derde trap van de stuwraket. Door het raam ziet gezagvoerder Alan Shepard dat de maanlander vlakbij is en hij moedigt Roosa aan: ‘Je gaat het record breken, man.’

Maar als de ruimtevaartuigen even later met elkaar in contact komen, gebeurt er niets. De Kitty Hawk en de Antares glijden weer uit elkaar. Roosa neemt aan dat de Kitty Hawk te weinig snelheid had om het koppelmechanisme te activeren. Hij moet dus achteruit vliegen en het nog een keer proberen, al kost dat extra brandstof. ‘Weg record,’ mompelt hij teleurgesteld, en hij probeert het opnieuw.

Problemen met koppeling

Ook de tweede koppeling gaat fout en als anderhalf uur later nog eens drie pogingen mislukt zijn, hebben Roosa en zijn collega’s andere dingen aan hun hoofd dan een record breken. Ruim voordat de missie echt begonnen is, lijkt het erop dat het einde al in zicht is. Zonder koppeling geen maanlanding – een zware tegenslag voor de NASA, die sinds de bijna rampzalige afloop van de Apollo 13 in april 1970 te kampen heeft met een slecht imago.

‘Hey Stua, dit is Geno,’ zegt vluchtleider Gene Cernan via de radio vanuit het controlecentrum in Houston. ‘We hebben nog één idee.’

Even later doet Roosa een zesde poging en hij volgt nauwkeurig alle aanwijzingen van Cernan op. Maar blijkbaar is het zijn dag niet.

‘Er gebeurt niets,’ zegt Shepard als de ruimteschepen weer contact maken.

‘Echt niets?’ vraagt Roosa bezorgd. Maar een seconde later laat het koppelingsmechanisme een aantal luide klikken horen. De zesde keer is scheepsrecht: de Kitty Hawk en de Antares kunnen samen verder naar de maan – en de bemanning kan eindelijk ontspannen na een iets te enerverende eerste werkdag in de ruimte.

Antares in crater

Mitchell experimenteert met telepathie

Omdat ze niet gewend zijn aan de gewichtloosheid, kunnen de drie astronauten maar moeilijk in slaap komen. Stuart Roosa kan niet goed slapen zonder kussen, en terwijl hij ligt te draaien om een goede slaaphouding te vinden, ziet hij dat er een straaltje licht vanuit de slaapplaats van Edgar Mitchell komt. Misschien heeft hij de lamp aangedaan omdat hij nog ergens mee bezig is, denkt Roosa.

Ed Mitchell heeft zo zijn redenen om nog wakker te zijn – hij is bezig met een geheim experiment waar zijn collega’s en de NASA niets van weten: is het mogelijk om gedachten naar de aarde te sturen over een afstand van honderdduizenden kilometers?

In het zwakke schijnsel van zijn zaklamp bestudeert Mitchell een papiertje met een willekeurige serie getallen. Hij kiest een getal en concentreert zich om dit telepathisch naar zijn ‘handlangers’ in Florida te sturen. Dit herhaalt hij minstens een keer per dag, zowel op de heen- als op de terugweg.

Mitchell

Gezagvoerder kan tranen niet bedwingen

Vier dagen later zou Mitchell wel willen dat hij alle problemen met zijn gedachten kon verdrijven, want terwijl Stuart Roosa in de Kitty Hawk alleen om de maan cirkelt, zitten hijzelf en Shepard op vrijdagochtend 5 februari in een benarde situatie aan boord van de Antares, op weg naar de maan: de landingsradar werkt niet.

Op negen kilometer hoogte zou hij informatie moeten geven over de afstand tot het maanoppervlak, maar er gebeurt helemaal niets. Volgens de veiligheidsvoorschriften mogen ze alleen landen als de radar werkt en Mitchell is dan ook druk bezig om het apparaat aan de praat te krijgen: ‘Kom op, doe het! Doe het!’

Op circa zeven kilometer hoogte hebben ze nog steeds geen signaal, en terwijl hij op de contacten drukt, herhaalt hij ongeduldig: ‘Come on!’ Op slechts drie kilometer hoogte krijgt de radar contact met het maanoppervlak en begint hij informatie te geven. Het duo haalt opgelucht adem – dat was op het nippertje.

Volgens plan vliegen ze laag over de Cone-krater en even later zet Shepard de Antares na een geslaagde landing precies op de juiste locatie in het hoogland Fra Mauro aan de grond. Vijf uur later zet hij voet op de maan met de op zich rake maar niet zo indrukwekkende woorden: ‘Het was een lange reis, maar nu zijn we er.’

De man die zo’n tien jaar eerder de eerste Amerikaan in de ruimte was, neemt de indrukken in zich op. Ook al is het landschap gehavend door miljoenen inslagen van reusachtige meteoren, in al zijn barre kaalheid is het bijna majestueus. Als hij omhoog kijkt naar de zwarte hemel, ziet hij in de verte een blauwwitte bol. De emoties worden hem te veel. De opluchting over de geslaagde landing, het betoverende uitzicht op de aarde, zijn levensdroom die in vervulling is gegaan – het is allemaal zo overweldigend dat hij zijn tranen niet in bedwang kan houden en hij huilt dan ook van geluk.

Shephard and moon car

Strafexercitie met aanhangwagen

‘Hoorde je dat?’ fluistert Shepard tegen Mitchell. Na de eerste van de twee geplande maanwandelingen hebben de astronauten een uiltje geknapt, maar ze zijn wakker geschrokken van een vreemd gekraak.

‘Ja, verdorie, ik hoorde het ook,’ zegt Mitchell.

‘Je denkt toch niet dat dit stomme ding zomaar omvalt?’ vraagt hij aan Shepard. De mannen kijken bezorgd uit het raam, maar kalmeren als de Antares stevig op de grond blijkt te staan. Ze zijn op de rand van een krater geland, daarom staat de maanlander een beetje scheef; hij is iets verschoven in het maanstof, maar niets wijst erop dat hij kan omvallen.

Van schrik kunnen de astronauten niet meer slapen en om twee uur ’s nachts, in de stralende ochtendzon, verlaten ze de Antares om aan hun tweede maanwandeling te beginnen. De dag ervoor zijn ze vooral bezig geweest met het opstellen van de meetinstrumenten, en nu gaat hun aandacht uit naar de geologie. Ze zijn op weg naar de Cone-krater, een kilometer van de landingsplaats vandaan.

Op de langste maanwandeling tot dan toe hebben de astronauten een kaart met luchtfoto’s bij zich van oriëntatiepunten die ze onderweg moeten passeren. In de praktijk hebben ze echter weinig aan de kaart. In het monotone woestijnlandschap, waar ze de ene zandbank na de andere tegenkomen en waar enorme rotsblokken het uitzicht belemmeren, is het vrijwel onmogelijk om afstanden goed in te schatten en kunnen ze zich niet echt oriënteren.

Al snel heeft de wandeling meer weg van een strafexercitie. Shepard en Mitchell hebben moeite om de weg te vinden, en de tweewielige kar die ze bij zich hebben, zorgt ook voor problemen. Dan weer zit de kar vast, dan weer stuitert hij over het ruwe maanoppervlak, en de instrumenten dansen mee. Dan besluiten ze om ieder één kant te nemen en het ding op te tillen.

‘Links, rechts, links, rechts,’ commandeert Shepard monter, terwijl Mitchell en hij de wagen een berghelling opdragen.

‘De twee jongens hier naast me dachten wel dat jullie die wagen uiteindelijk moesten dragen,’ zegt de vluchtleiding in Houston. Vóór de reis hebben twee collega’s in het astronautenkorps zelfs gewed om een fles Ierse whisky dat Shepard en Mitchell de krater nooit zouden bereiken met die wagen op sleeptouw. Dit is een extra reden voor Shepard en Mitchell om door te zetten, ook al zweten ze als een otter en zijn ze bekaf van het sjouwen.

De tijd vliegt

In hun stijve ruimtepakken kost elke stap hen moeite, maar in plaats van terug te keren rusten ze regelmatig uit terwijl ze het landschap afspeuren op zoek naar herkenningspunten. Vanaf de hoge berghelling gezien lijkt de Antares in de verte net een miniatuurmodel, en omdat de maanlander zo ver weg ligt, zijn de beide mannen er gewoon van overtuigd dat ze hun doel bijna hebben bereikt.

Maar als ze even later op de top van de berg staan en de 300 meter grote Cone-krater nóg niet zien, zijn ze teleurgesteld. ‘We hebben de kraterrand nog steeds niet gevonden,’ zegt Shepard over de radio.

‘Geen idee waar we zijn,’ voegt Mitchell eraan toe.

De vluchtleiding in Houston hoort duidelijk dat de astronauten helemaal stuk zitten en als blijkt dat de hartslag van Shepard de 150 nadert – ongeveer twee keer zo hoog als normaal – zeggen de artsen in het controlecentrum dat ze moeten rusten. Shepard wil terugkeren, maar Mitchell protesteert: ‘Als we er niet komen, is het allemaal voor niets geweest.’

Nadat ze nog een stuk hebben gelopen door een gebied bezaaid met rotsblokken zo groot als auto’s, herkent Mitchell plotseling iets van de landkaart. ‘Al, dit rotsblok is veel groter dan de andere – we zouden nu de krater moeten kunnen zien,’ zegt hij en wijst naar de rots en de krater op de kaart.

Maar de tijd is voorbij en met een kalm ‘Okay, Ed and Al’ zet Houston een punt achter de expeditie.

Vier uur nadat ze de Antares hebben verlaten, zijn de astronauten weer terug met een enorme berg maanstenen en -stof. Voordat Shepard de maanlander ingaat, gaat hij voor een draaiende tv-camera staan: hij heeft een verrassing voor de kijkers op aarde in petto.

‘In mijn linkerhand heb ik een klein wit balletje dat miljoenen Amerikanen kennen,’ en dan begint de voorstelling. Met een soort golfclub – een omgebouwd geologisch meetinstrument – in zijn rechterhand probeert hij de golfbal te raken, maar hij mist zowel de eerste als tweede swing op de maan. De derde slag is echter een voltreffer. De bal zeilt weg tegen de donkere achtergrond van de lucht en komt honderden meters verderop terecht, flink geholpen door de zwakke zwaartekracht.

Bemanning wint een doos whisky

Als de mannen weer in de Kitty Hawk zitten en op de aarde afstevenen, werpt Mitchell een laatste blik op de maan. Hij weet dat hij hier nooit meer zal komen, maar in plaats van triestheid voelt hij een immense tevredenheid, die op de terugreis verandert in een opperbest humeur. Als hij de aarde in het duister dichterbij ziet komen, wordt hij overvallen door het gevoel dat hij zijn plaats heeft gevonden in een fantastisch universum, waar niets toevallig is.

Nog beter wordt de stemming als ze terug op aarde zijn en tijdens de twee weken quarantaine een bijzonder cadeau krijgen. Op basis van de foto’s die Shepard en Mitchell van het maanoppervlak namen, hebben geologen hun wandelroute vastgesteld. Nu blijkt dat de astronauten nog maar 20 meter van de Cone-krater waren – zo dichtbij dat de missie een daverend succes kan worden genoemd.

Omdat ze dachten dat ze de weddenschap verloren hadden, hebben Shepard en Mitchell al een fles whisky naar hun collega’s gestuurd die dachten dat ze de Cone-krater niet zouden halen. Nu krijgt de bemanning van de Apollo 14 een doos whisky, met de groeten van de geologen en de cryptische boodschap: ‘Jullie wisten niet eens dat jullie niet verdwaald waren.’

Tijdens hun tweede maanwandeling legden de astronauten van de Apollo 14 circa drie kilometer af. Een half jaar later komt de bemanning van de Apollo 15 een stuk verder: de allereerste maanwagen gaat mee, die ze een topsnelheid van 17 kilometer per uur geeft. Zo kunnen de astronauten beginnen aan de eerste expeditie in de bergen op de maan.

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: