Broken Equipment

Apollo 13: Ruimteveer in nood

Op ongeveer 330.000 kilometer van de aarde klinkt er een doffe knal aan boord van de Apollo 13. Al snel zit het ruimteschip zonder zuurstof en stroom. De drie astronauten moeten vechten voor hun leven, en de kans dat ze het redden is heel klein.

13 oktober 2009 door Stine Overbye

Gezagvoerder Jim Lovell is de meest bereisde persoon op aarde. Drie keer ging de 42-jarige astronaut de ruimte in, en hij legde in 572 uur 11 miljoen kilometer af. Op deze lenteavond in 1970 begint zijn vierde en, zo heeft hij besloten, laatste vlucht. Dit moet de kroon worden op zijn glansrijke loopbaan als astronaut – en de derde maanlanding in de geschiedenis van de mensheid.

Voorafgaand aan de reis vroegen journalisten hem steeds of hij het niet eng vond dat deze Apollo-missie nummer 13 heeft. Lovell antwoordde dan dat nummer 13 voor zijn Italiaanse vrienden juist een geluksgetal is. Toch weet hij diep vanbinnen dat het de goden verzoeken is om nu te vertrekken.

Lovell is niet bijgelovig, maar hij moet toegeven dat als er iets mis zou gaan, de kans groot is dat hij, al is hij de meest ervaren astronaut van de NASA, het niet zal halen. Het leven van een astronaut is nu eenmaal vol risico’s en met elke geslaagde missie voelt het net alsof de kans op een ongeluk weer een stukje dichterbij is gekomen.

Perfecte lancering

Op deze mooie avond in april – de 13e – heeft Lovell echter geen reden tot bezorgdheid. Het controlecentrum in Houston laat zelfs weten:

‘Voor zover wij kunnen beoordelen, is het ruimtevaartuig in een prima staat. We vervelen ons te pletter hier.’

De lancering verloopt dan ook volgens het boekje. Op 330.000 kilometer afstand, 56 uur onderweg, hebben Jim Lovell, Jack Swigert en Fred Haise zojuist een live televisie-uitzending achter de rug waarin ze de kijkers vol enthousiasme een rondleiding gaven door onder meer maanlander Aquarius, het achterste deel van het ruimteveer.

Terug in de besturingsmodule Odyssey gaat Lovell nog even door in zijn rol als tv-presentator: ‘Ik zal jullie eens laten zien hoe we ons tijdens deze lange reis vermaken,’ zegt hij en zet een kleine bandrecorder aan. Daar klinken ineens de tonen van het thema van Stanley Kubricks ‘2001 – A Space Odyssey’ – een science-fictionfilm uit 1968.

‘Natuurlijk zou onze muziekverzameling niet compleet zijn zonder Aquarius (een populair nummer uit de Broadway-musical Hair, red.),’ voegt hij toe. Hij wenst de kijkers een goede avond en verbreekt vervolgens de verbinding.

Vijf minuten later start de piloot van de besturingsmodule, Jack Swigert, op aanraden van Houston de motor die als een garde door een tank met vloeibare zuurstof en waterstof moet roeren – de brandstof van het vaartuig. Kort daarna klinkt er een doffe knal en het ruimteschip begint te schudden.

‘Fred, weet jij waar dat geluid vandaan komt?’ vraagt Jim Lovell beschuldigend.

Haise had zijn vrienden de stuipen al op het lijf gejaagd toen hij een drukventiel opende dat dezelfde herrie maakte als er nu klinkt. Lovell verdenkt hem ervan dat hij de flauwe grap nog eens wil uithalen, maar Haise kijkt serieus en schudt alleen maar met zijn hoofd.

Zuurstof lekt uit het ruimteschip

Tegelijk gaat er een alarm af in de koptelefoons van de astronauten. Op het controlepaneel ziet Swigert een rode waarschuwingslamp branden. De druk in een zuurstoftank daalt snel en de stroom naar de besturingsmodule kan elk moment uitvallen, stelt hij vast.

‘Okay, Houston, we’ve had a problem,’ zegt hij via de radio. ‘Kun je dat herhalen?’ klinkt het.

‘Houston, we’ve had a problem. De stroom in B is uitgevallen,’ legt Lovell uit.

‘Roger, stroom uitgevallen in B,’ reageert de vluchtleiding en voegt eraan toe: ‘Oké, even wachten, 13, we onderzoeken het.’ Terwijl de technici op aarde proberen te achterhalen wat er is gebeurd, nemen de astronauten aan boord van de Apollo 13 de schade op.

Er is iets goed mis: een van de twee zuurstoftanks van de besturingsmodule is leeg, de andere lekt. Door de lage zuurstoftoevoer werken twee van de drie brandstofcellen niet. Van meetinstrumenten tot computer, alles is afhankelijk van stroom van de brandstofcellen, en uit veiligheidsoogpunt mag een maanlanding alleen doorgaan als de cellen werken.

Angstaanjagende situatie

De astronauten balen, maar al snel is duidelijk dat ze al blij mogen zijn als ze levend naar de aarde terug kunnen keren. De problemen worden met de minuut groter. Nog nooit heeft een bemanning zoveel foutmeldingen tegelijk moeten verwerken: de stuurraketten van de besturingsmodule werken ook niet en de derde brandstofcel verliest spanning.

Zelfs tijdens de moeilijkste oefeningen die de astronauten tijdens hun training hebben doorlopen, hebben ze nooit in zo’n benarde situatie gezeten als nu. En het ergste is, ze zitten nu niet in een veilige simulator, maar in een ruimteschip dat met een gigantische snelheid op weg is naar de maan. Door de explosie is de Apollo aan het slingeren geraakt en terwijl Lovell uit alle macht probeert het vaartuig te stabiliseren, kijkt hij voorzichtig uit het raam.

Tot zijn schrik ziet hij gas uit de besturingsmodule spuiten; enorme wolken gas die dansen als sigarettenrook in het scherpe zonlicht.

‘Het lijkt wel alsof er iets lekt. Er lekt iets uit het schip de ruimte in,’ zegt hij tegen het controlecentrum.

Lovell en zijn collega’s weten nog steeds niet wat er precies is gebeurd, maar dat maakt in wezen ook niet uit. Ze weten dat de besturingsmodule volledig kapot is en dat het slechts een kwestie van tijd is voordat de Odyssey zonder stroom en zuurstof zit.

De astronauten kunnen ook geen U-bocht maken om terug te keren naar aarde. Zelfs als de motoren van de besturingsmodule niet waren beschadigd, zouden ze te weinig stroom voor deze manoeuvre hebben. De Apollo 13 moet noodgedwongen doorvliegen richting de maan – of eigenlijk in een boog rond de maan en dan weer terug naar de aarde. En dan is het nog maar de vraag of ze het overleven. Anderhalf uur na de explosie komt de NASA met een noodplan op de proppen:

‘Misschien kunnen jullie de maanlander als reddingssloep gebruiken.’

In een race tegen de klok beginnen de mannen de systemen op maanlander Aquarius te activeren: een procedure die normaal gesproken uren duurt, maar die nu in een paar minuten wordt afgewerkt. Onderwijl wordt de Aquarius volgeladen met proviand en vlak voor middernacht op 13 april, slechts drie uur na de explosie, roept Lovell door de tunnel naar Swigert:

‘Sluit maar af!’ Swigert sluit de stroom in de Odyssey af. Het beetje stroom dat nog over is, bewaren ze voor de landing. De astronauten kruipen bij elkaar in de krappe cabine van Aquarius, het enige veilige deel van de Apollo 13.

Mattingly mocht niet mee

Omdat er drie dagen voor de lancering van de Apollo 13 werd vastgesteld dat er rodehond op het trainingscentrum heerste, mocht de 34-jarige Ken Mattingly niet mee aan boord. Negen maanden lang had hij samen met Lovell en Haise getraind, maar de NASA wist dat hij besmet kon zijn. De andere twee waren immuun omdat ze als kind al eens rodehond hadden gehad. Om te voorkomen dat de ziekte onderweg zou uitbreken, moest Mattingly thuis blijven en nam Jack Swigert zijn rol als piloot van de besturingsmodule over.

Het brein achter het succes

Mattingly werd gelukkig niet ziek en dacht mee over de procedures die de Apollo 13 veilig naar huis lieten keren. Tot op de dag van vand

Thema

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: