Lightning Apollo 12

Apollo 12: De bliksem slaat in

Een halve minuut na de lancering klinkt er een harde klap. De Saturnus V-raket begint plotseling heftig te schudden. In de besturingsmodule branden vrijwel alle waarschuwingslampjes. Aan de tweede bemande maanmissie van de NASA lijkt algauw een eind te zijn gekomen.

13 oktober 2009 door Stine Overbye

De herfstregen klettert op de ruimtecapsule Apollo 12 en stroomt langs de ramen van de besturingsmodule Yankee Clipper, boven op de machtige Saturnus V-raket. De drie astronauten doen alsof er niets aan de hand is, maar de kans dat de missie wordt afgelast is even dreigend als de donkere wolken boven Kennedy Space Center.

Acht maanden lang hebben Pete Conrad, Dick Gordon en Alan Bean zich voorbereid op de missie, de eerste bemande maanlanding sinds de Apollo 11, en geen van hen wil denken aan uitstel van de reis. Onverminderd optimistisch staren ze naar de grijze hemel, terwijl ze wachten op het oordeel van het controlecentrum. Af en toe is de zon te zien, maar dan trekt het wolkendek weer dicht en schieten de bliksemschichten opnieuw door de lucht.

Om 11 uur krijgen de mannen het bericht waar ze op hoopten: het weer is goed genoeg voor een lancering, geen blikseminslag binnen een straal van 30 kilometer. De missie kan doorgaan volgens plan. Om 11.22 uur stijgt de Apollo 12 op met een hels kabaal. ‘Een geslaagde lancering,’ zegt Conrad via de radio. ‘De hemel klaart op,’ vult Gordon aan, maar voordat zijn zin af is, schiet er een lichtflits door de lucht, gevolgd door een oorverdovend lawaai dat het hele ruimtevaartuig doet schudden.

Er is iets mis

‘Wat is dit in vredesnaam?’ vraagt Gordon over de radio. Hij krijgt geen antwoord. Plotseling zien de astronauten dat alle waarschuwingslampen op het controlepaneel knipperen – geen goed teken. Zelfs de ervaren Conrad zag nog nooit zoveel lampjes tegelijk branden. Er is iets mis.

‘Oké vrienden, we waren de navigatie kwijt. Ik weet niet wat er aan de hand is, maar er viel van alles uit,’ rapporteert hij.

Gespannen somt Conrad de foutmeldingen op in de hoop dat de vluchtleiding in Houston er iets mee kan. Al snel blijkt dat de bliksem tweemaal in het ruimtevaartuig is ingeslagen, 36 en 52 seconden na de lancering. Het elektrische circuit is daardoor overbelast, en de datastroom is verstoord. ‘Apollo 12, probeer de brandstofcellen opnieuw te starten,’ klinkt het vanuit Houston, terwijl de sonde met 10.000 kilometer per uur van de aarde weg vliegt.

Nadat de eerste trap van de raket is afgestoten, lukt het Bean om de brandstofcellen te activeren – de waarschuwingslampen houden op met knipperen en alles werkt weer naar behoren. Van opluchting barst Conrad in lachen uit, en ook Gordon en Bean doen mee.

‘Nu hebben ze thuis tenminste iets om over te schrijven,’ zegt Conrad, en doelt op alle journalisten die hun reis op de voet volgen.

In een prima humeur komen ze in een baan rond de aarde. Ondanks de vrolijkheid is iedereen aan boord stiekem bang dat Houston de missie zal afblazen. De bemanning weet niet of de maanlander Intrepid en de capsule door de bliksem zijn beschadigd, maar twee uur en 48 minuten na de lancering laat het controlecentrum weten dat de Apollo door mag.

In Houston wordt wel gevreesd dat het mechanisme dat de parachutes van de Yankee Clipper bij terukeer op aarde moet uitvouwen, door de bliksem beschadigd is, maar men houdt dit voor zich. Als de parachutes bij de landing niet uitklappen zullen de astronauten het niet overleven, maar de missie kan beter gewoon doorgaan; de astronauten kunnen dan hun werk doen en nog tien dagen in leven blijven.

Geologen kiezen Oceaan der Stormen

Vier maanden eerder, op 20 juli 1969, landde de Apollo 11 op de maan, maar wel 6,5 kilometer van zijn doel vandaan. Voor de NASA is het van belang dat Apollo-missies op de juiste plek kunnen landen. De Apollo 11 liet zien dat mensen met Amerikaanse technologie op de maan kunnen komen en veilig terug kunnen keren; nu gaat de belangstelling uit naar de maan zelf.

Het doel is antwoord te vinden op elementaire vragen over de buur van de aarde: hoe is de maan ontstaan en waar komt ze vandaan? Zo wil men ook meer inzicht krijgen in de manier waarop onze eigen planeet zich gevormd heeft.

Een legertje geologen zocht de beste landingsplek voor de Apollo 12, nu bekend als ‘Pete’s Parking Lot’. De ‘parkeerplaats’ ligt in de Oceanus Procellarum, de Oceaan der Stormen: een enorme lavavlakte waar 31 maanden eerder, in april 1967, de Surveyor 3 landde. Door een voorwerp te onderzoeken dat hier enige tijd is blijven liggen, valt veel te leren over de omstandigheden op de maan. Verder is het gesteente van de Oceanus Procellarum vermoedelijk jonger dan de Mare Tranquillitatis en heeft het een andere chemische samenstelling, waardoor dit ook een heel interessante landingsplek is.

Niet alleen het succes van de Apollo 12-missie maar heel het toekomstige onderzoek naar de maan staat of valt met een precieze landing, en met name Pete Conrad vreest het ergste. Als gezagvoerder moet hij de Intrepid op de maan neerzetten en hij voelt de druk. Hij heeft zo intensief op de landing op de Oceanus Procellarum getraind dat hij de vlakte wel kan dromen. Het gebied ziet er van een afstand uit als een gigantische sneeuwvlakte; hij weet dat de Surveyor op de helling van een krater moet staan, als een sneeuwpop in het immense gebied.

‘Ik hoop dat we die oude sneeuwpop herkennen en dat we een plek vinden om te landen. En ik hoop dat ik góéd kan landen,’ zegt Conrad en neemt nog maar een hap van de schnitzel die hij samen met zijn collega’s eet bij de lunch op de vierde dag van de missie, de dag voordat het echte werk begint.

Thema

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: