Apollo 1

Apollo 1-10: Aftellen

De eerste astronauten zetten in 1969 voet op de maan. Van de tien testvluchten die eraan voorafgingen, eindigde de eerste al op het lanceerplatform in een tragedie.

8 september 2009

De stem van gezagvoerder Virgil Grissom klinkt rustig en beheerst, maar hij kan een lichte irritatie niet verbergen. ‘Hoe kunnen we ooit naar de maan gaan, als we de communicatie tussen drie gebouwen niet eens tot stand kunnen brengen?’

Samen met Edward White en Roger Chaffee ligt hij in de kegelvormige besturingsmodule, boven in de Saturnus 1B-raket die op platform 34 staat van het Kennedy Space Center in Florida. De drie mannen wachten hier al uren totdat het aftellen eindelijk kan beginnen, maar net als bij de eerdere tests zijn er problemen met de communicatie.

Zowel het 200 man sterke lanceringsteam in het controlecentrum een paar honderd meter verderop, als het Manned Spaceflight-gebouw dat op zo’n tien kilometer afstand ligt, is onbereikbaar.

De kansen op een geslaagde test zijn daarom klein en dat is te merken aan het humeur van Grissom. Alleen als de test lukt, kunnen hij en zijn twee collega’s de eerste bemande lancering van de Apollo uitvoeren, die al over vier weken moet plaatsvinden.

Problemen beginnen al snel

Deze januaridag in 1967 lijkt wel een normale werkdag op het Kennedy Space Center, maar zodra Grissom en zijn twee collega’s, gekleed in ruimtepakken, om één uur de besturingsmodule betreden, beginnen de problemen. De geur van zure melk komt de astronauten tegemoet, en pas een uur later vinden ze de oorzaak van het probleem: een lek in de zuurstof leiding.

Nog eens twee uur later slagen de technici in de controletoren er eindelijk in het luik van de besturingsmodule te verzegelen, die nu gevuld is met 100% zuivere zuurstof. Het probleem met het communicatiesysteem blijft echter: hoewel de technici alles op alles hebben gezet om het op te lossen, zit er nog steeds ruis op de verbinding.

‘Apollo 1, hoort u mij?’ zegt Stuart Roosa in het controlecentrum in de zoveelste poging om door te dringen tot de ruimtecapsule. ‘Ik versta er geen snars van, Stuart. Jesus Christ... ik bedoel, hoe kunnen we mensen naar de maan schieten als we al niet eens met twee of drie gebouwen kunnen communiceren?’ snauwt Grissom, nu ongeduldig.

Virgil ‘Gus’ Grissom is pas veertig jaar en nu al een geroutineerd astronaut. Hij heeft twee ruimtereizen op zijn naam staan, maar het grootste en spannendste avontuur moet nog komen: een reis naar de maan. Net als de anderen in het Apolloteam droomt Grissom ervan om als eerste een voet op de maan te zetten.

Maar nu hij hier zit te wachten, danig uit zijn humeur door dit probleem met de communicatie, lijkt de reis naar de maan verder weg dan ooit. Als een routinetest niet eens slaagt, hoe moeten ze dan ooit iemand op de maan krijgen?

Aftellen wordt uitgesteld

Later op de dag zijn de technici nog steeds bezig met het communicatieprobleem, maar er is in elk geval contact tussen de besturingsmodule en het controlecentrum. De enorme Saturnusraket baadt in het witte licht van schijnwerpers en de besturingsmodule bovenin voorziet zichzelf nu van energie – net als bij een echte lancering.

Maar om 18.20 uur, slechts tien minuten voordat de gesimuleerde lift-off zal plaatsvinden, besluit de testleider het aftellen te staken totdat de communicatie werkt. Elf minuten later hoort het controlecentrum door de ruis heen een zachte, nauwelijks hoorbare noodroep via de radio. Het klinkt als ‘Brand!’ Maar dat kan toch niet? De raket heeft geen druppel brandstof in de tanks, en buiten de capsule is een legertje technici aan het werk, die zo’n situatie direct zouden oplossen.

Ongelovig kijkt het testteam naar het scherm, dat beelden doorkrijgt van een camera boven het luik van de besturingsmodule. Achter het venster in het luik zijn duidelijke, witte vlammen te zien. Opeens is de communicatie met de module onverwacht helder, en de noodroep dringt maar al te duidelijk door:

‘Er is brand in de cockpit!’ Op de monitor zien de mensen van de NASA hoe Edward White knokt om het luik boven zijn hoofd open te krijgen. Dan horen ze nog een laatste, wanhopige, oproep: ‘Er is brand in de cockpit. Laat ons eruit! We verbranden!’ De stem blijkt later die van Chaffee te zijn geweest.

Maanoppervlak

Kennedy zet de wedloop in gang

Als de maan helder aan de hemel boven Kennedy Space Center staat, lijkt hij heel dichtbij, bijna alsof je hem kunt aanraken. Maar de maan bevindt zich 384.400 kilometer ver weg – een enorme afstand van bijna tien keer de omtrek van de aarde.

Desondanks zijn de VS vastbesloten om deze afstand te overbruggen met het Apolloproject dat in mei 1961 door president John F. Kennedy in gang werd gezet. ‘Ik ben van mening dat deze natie zichzelf als doel moet stellen om voor het einde van dit decennium een mens op de maan te laten landen, en hem veilig naar de aarde terug te brengen.

Geen enkel ander project zal in deze periode meer indruk maken op de rest van de wereld of belangrijker zijn voor de toekomstige verkenning van de ruimte. Maar dit project zal ook het moeilijkst te realiseren zijn, en het duurst,’ zei de pas aangetreden president in een toespraak tot het Congres. De Amerikanen hadden nog steeds niemand in een baan rond de aarde gebracht.

Slechts één Amerikaan was ooit in de ruimte geweest: Alan B. Shepard, die drie weken eerder een korte, maar geslaagde vlucht gemaakt had aan boord van de Freedom 7. Hiermee waren de VS iets ingelopen op Rusland, hun aartsvijand in de Koude Oorlog, die al in 1957 het ruimtetijdperk had ingeluid met de verbluffende lancering van de Spoetniksatelliet. In april 1961 hadden de Russen de Amerikanen opnieuw het nakijken gegeven toen Joeri Gagarin als eerste mens de ruimte in ging.

Maar de kersverse president was niet van plan met zich te laten sollen: nu zou Amerika laten zien waartoe het in staat was. De wedloop naar de maan was begonnen en Amerika zou koste wat kost winnen.

Onmogelijke missie

Het plan van Kennedy was optimistisch, om niet te zeggen zeer ambitieus, en zelfs bij de NASA waren er mensen die er geen vertrouwen in hadden.

De ruimtevaartorganisatie was wel al in oktober 1958 begonnen aan een bemand programma – Mercury – om de invloed van gewichtloosheid op de mens te onderzoeken. In het kader van dit programma werd Alan B. Shepard op 5 mei 1961 gelanceerd. Zijn ‘sprong’ duurde 15 minuten en 22 seconden.

Maar een bemande expeditie naar een ver hemellichaam, dat was iets heel anders. Eerst moest men technische problemen oplossen, allerlei nieuwe technologieën ontwikkelen, een stuwraket ontwerpen die krachtig genoeg was voor de lancering, de maan in kaart brengen en een goed team van honderdduizenden wetenschappers en technici op de been brengen.

Met gigantische overheidssteun – het voorlopige budget voor het Apolloprogramma kwam uit op 23 miljard dollar – stelde NASA alles in het werk om deze droom te verwerkelijken. De eerste stap was de Gemini, de schakel tussen Mercury en Apollo.

Dit project begon in 1961 en had als doel astronauten ervaring te laten opdoen met een langdurig verblijf in de ruimte, ze te leren manoeuvreren in gewichtloze toestand en technische handelingen te laten oefenen. Essentiële dingen om de historische reis naar een andere planeet te kunnen maken.

Het doel om vóór eind jaren 60 een mens op de maan te zetten hield in dat de NASA en leveranciers die onderdelen van het ruimteveer en de stuwraket bouwden, in hoog tempo aan de slag moesten.

Maar de eerste dagen van 1967 was iedereen optimistisch: ook al waren er duizenden fouten gevonden in en verbeteringen aangebracht aan het ruimteschip Apollo, het leek erop dat de eerste bemande missie op 21 februari van dat jaar zou vertrekken.

Omgedoopt door drama

AS-204 was de oorspronkelijke naam van de test die in januari 1967 eindigde in een tragedie.

In 1966 waren er drie onbemande Apollotestvluchten, maar om de drie omgekomen astronauten te eren doopte de NASA AS-204 nu om in Apollo 1, al kregen de Apollomissies eigenlijk pas een nummer als ze tot in de ruimte waren gekomen.

Na de Apollo 1 volgden er nog drie onbemande missies. De Apollo 4 testte in november 1967 de nieuwe raket Saturnus V. Tijdens de Apollo 5-missie lanceerde een Saturnus 1B-raket in januari 1968 een onbemande maanlander, en op 4 april 1968 volgde er een laatste onbemande test van de Saturnus V met de Apollo 6.

Thema

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: