Kun je een kwal drinken?

Kwallen bestaan overwegend uit water. Als ze zoet water bevatten, kun je dan voor je vochtbehoefte en om je dorst te lessen een paar kwallen tot je nemen?

1 september 2009

Kwallen zijn samengesteld uit 94-98% water en afgezien van een paar zouten – in het bijzonder sulfaat, dat de kwallen zelf afscheiden – bevatten kwallen evenveel zout als het water waarin ze leven. Dus het heeft geen zin om kwallen in te nemen als je op zee in nood verkeert; dan kun je net zo goed zeewater drinken. Kwallen kunnen in zee niet makkelijk blijven drijven. Hun geleiachtige lichamen hebben geen spieren die aan een skelet vastzitten of andere harde delen waarmee ze zich snel kunnen voortbewegen, om op die manier zelf te bepalen waar ze in de waterkolom willen zweven. Ze hebben ook geen luchtzakken of drijfmiddelen zoals vetlichamen. Daarom hebben ze hun eigen oplossing bedacht voor het drijfvermogen: ze worden één met hun omgeving. Uit tests is gebleken dat het zoutgehalte bepalend is voor hun drijfvermogen. Als je een kwal in water zet met minder zout dan hij zelf bevat, dan zinkt hij, en in zouter water stijgt hij op. En als het zoutgehalte van het zeewater op een plek ineens verandert, is dat voor de kwallen een onzichtbare barrière. Ze kunnen het vocht in hun lichaam echter vrij snel verversen, en binnen een uur of twee zijn de kwallen opnieuw één met hun omgeving en zweven ze weer vrij rond. In landen als China, Vietnam en Korea zijn sommige kwallensoorten overigens een delicatesse en een goede bron van eiwitten. Ze worden eerst gedroogd en vervolgens gekookt en opgegeten.

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: