Waarom heeft de olifant zo’n lange slurf?

1 september 2009

Zo’n 30-40 miljoen jaar geleden waren de voorvaderen van de olifant maar een meter hoog. Misschien leefden ze in water, zoals de nijlpaarden van nu. Hun slurven waren korter, en die gebruikten ze waarschijnlijk net zoals tapirs doen: voor het snuffelen en wroeten in de grond. Daarna ontwikkelden de olifanten zich tot mastodonten. Vermoedelijk leverde dat een betere energiehuishouding op, en een betere bescherming tegen roofdieren. Maar als een dier zo groot wordt en zo’n zware kop met slagtanden heeft, moet hij wel een korte, sterke nek hebben. En dan wordt het knap lastig om voedsel van de grond op te pikken. De evolutionaire oplossing voor olifanten was: de korte slurf verlengen, zodat ze het voedsel naar hun bek kunnen brengen. Maar ze kunnen er meer mee. De slurf is ontstaan uit de samengegroeide neus en bovenlip en is een gespierd orgaan geworden, dat net zo soepel is als een inktvissenarm. De olifant kan zijn slurf om hoge takken heen draaien om er bladeren mee af te rukken, en hij kan er zand mee op zijn rug strooien ter bescherming tegen insecten en de zon. Aan het uiteinde van de slurf zitten bovendien vingerachtige uitsteeksels, zodat hij ook kleine dingen als nootjes kan pakken. De slurf heeft een neusgat over de hele lengte en daarin kan de olifant liters water kwijt, die hij opzuigt en in zijn bek spuit als hij dorst heeft. Verder is de slurf een geweldig communicatiemiddel dat een groot arsenaal aan trompetgeluiden kan voortbrengen, en een snorkel als de olifant in het diepe gaat.

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: