ål teaser arm

Sidderaal springt uit het water om vijand aan te vallen

Een bioloog bevestigt een 200 jaar oud verhaal over sidderalen die uit het water omhoog springen om vijanden te lijf te gaan.

14 juni 2016 door Karine Kirkebæk

Je bent aan het pootjebaden als er opeens een sidderaal uit het water springt en je een stroomstoot bezorgt van honderden volt.

Het klinkt als een griezelverhaal, maar volgens aantekeningen van de grote wetenschapper Alexander von Humboldt is dat precies wat hij zag gebeuren bij de Amazone in maart 1800.

Volgens hem sprongen er sidderalen uit het water om een kudde paarden aan te vallen met elektrische schokken. De paarden raakten verlamd en verdronken binnen enkele minuten.

Het scenario was tot nog toe echter nooit wetenschappelijk bewezen.

Aanval is krachtiger boven water

De bioloog Kenneth Catania ontdekte bij toeval dat sidderalen inderdaad vijanden 'bespringen' en dat de stroomstoot in dat geval heviger is dan onder water.

De alen gebruiken deze manier van aanvallen vooral wanneer ze zich bedreigd voelen door iets wat zich slechts gedeeltelijk onder water bevindt.

Ze springen uit het water door zich met hun staart af te zetten tegen de bodem, drukken hun kin tegen de vijand en bezorgen hem een schok.

Een sidderaal bespringt een model van de kop van een alligator. Foto: Vanderbilt University

Stroom gaat rechtstreeks naar vijand

Catania mat de aanvallen door een voltmeter en een ampèremeter aan te sluiten op een aluminium plaat. Hoe hoger de aal sprong, hoe hoger de spanning en stroomsterkte die hij overbracht – ruim 200 volt en bijna 1 ampère.

Water is isolerend en geleidt elektrische stroom daardoor niet bijzonder goed. Maar als de aal boven het water komt, heeft de stroom vrij spel en loopt hij direct van de kin van de aal naar de vijand.

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: