Panda kwetsbaar

5 dingen die het de panda moeilijk maken

Dankzij een intensief beschermingsprogramma is de panda geen bedreigde diersoort meer. En dat terwijl de panda het zichzelf knap lastig maakt, aangezien het dier allesbehalve sportief is en weinig moet hebben van seks.

8 september 2016 door Karine Kirkebæk

Dierenvrienden over de hele wereld stonden te juichen toen de panda op 4 september van de categorie 'bedreigde' naar 'kwetsbare' diersoort ging.

De reuzenpanda, die hoogstpersoonlijk symbool staat voor de instandhouding van het dierenleven, laat nu zien hoe effectief het kan zijn als mensen zich sterk maken voor bedreigde diersoorten.

Het bestand van de zwart-witte beer is in 10 jaar toegenomen met 17 procent, en uit een telling in 2014 bleek dat er in China 1850 panda's in het wild leven.

De bovenmaatse knuffelbeer heeft het zichzelf echter wel moeilijk gemaakt om te overleven en zich voort te planten.

1. Hij is een veelvraat van formaat

Qua voedingspatroon zit de panda onhandig in elkaar. Zo'n 99 procent van zijn eten bestaat uit bamboebladeren en -scheuten – wat prima zou zijn als hij het lichaam van een planteneter had.

Maar dat is niet het geval. De panda heeft het spijsverteringsstelsel van een vleeseter, en kan slechts 20 tot 30 procent van de voedingsstoffen uit de bamboe benutten. Bij andere herbivoren is dat tot wel 80 procent.

Daardoor moet de panda steeds maar blijven eten. Hij eet tot 20 kilo bamboe per dag en is daar elke dag 16 uur mee bezig.

2. Voortplanten is geen prioriteit

De vrouwtjespanda is op zijn zachtst gezegd niet promiscue. Ze heeft maar één keer per jaar een eisprong en is dan twee tot drie dagen vruchtbaar.

In gevangenschap vergaat de reuzenpanda vaak alle lust tot paren. Daarom moeten dierentuinen die meer panda's willen hun toevlucht nemen tot kunstmatige bevruchting.

3. De jongen zijn volstrekt hulpeloos

Als een vrouwtjespanda er in die paar vruchtbare dagen per jaar toch in slaagt zwanger te worden, baart ze volstrekt hulpeloze jongen – en meestal maar één per worp.

De jongen zijn blind en wegen bij de geboorte maar 140 gram. Daarmee is het vrouwtje 900 keer groter dan haar jong, wat in menselijke termen zou betekenen dat een moeder 3 ton weegt.

De jongen zijn afhankelijk van hun moeder tot ze 18 maanden zijn.

4. Hij is allesbehalve sportief

De panda is best aan de zware kant. De beer kan op zijn achterpoten staan, maar houdt dat niet lang vol. Hoewel hij maar 90 tot 135 kilo weegt, is zijn skelet bijna twee keer zo zwaar als dat van andere dieren van dezelfde grootte.

Rennen is ook niet zijn ding. De hoogste versnelling van de panda is een gezapige draf, wat weinig voorstelt als je het vergelijkt met de zwarte beer, die bijna 60 km/h haalt.

5. Zijn geheugen is een zeef

Het geheugen van de panda is ook al niet best. Het dier onthoudt geen visuele indrukken, zoals een bepaalde rots of boom. Hij is afhankelijk van zijn ruimtelijke geheugen.

Plekken waar voedsel is, vindt hij alleen terug met behulp van geografische richtpunten. Als hij door het bos loopt, herkent hij bamboeplanten niet als voedsel als ze buiten zijn gebruikelijke voedselplek staan. Panda's zijn eigenlijk een soort gps dat is ingesteld op een bepaalde bestemming en op weg ernaartoe niets anders ziet of herkent.

Het dier heeft dan ook een groot probleem als zijn voedselplek wordt verplaatst of veranderd. Dan kan hij zijn nieuwe eetkamer maar moeilijk terugvinden.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: