Waar komt de mythe over de eenhoorn vandaan?

1 september 2009

Een eenhoorn is een fabeldier, dat meestal wordt afgebeeld als een wit paard met een lange, gedraaide hoorn op zijn kop. Volgens de mythe is het een goed en edel dier, dat schuw en snel is en alleen is te temmen door een maagd. In oude Indische literatuur komt de eenhoorn al voor. In Europa schrijft de Griekse arts Ktesias in 398 v.Chr. voor het eerst over de eenhoorn: het dier zou ongeveer zo groot zijn als een ezel, en daarbij wild, pijlsnel, woest en onmogelijk levend te vangen. Hij schrijft verder dat hij op zijn kop een lange, zeer krachtige hoorn heeft, die hem onder meer tegen vergiftiging beschermt. In de Europese middeleeuwen werd de mythe van de eenhoorn heel populair. Je kon voor veel geld lange, spiraalvormige hoorns van de eenhoorn kopen als middel tegen vergiftiging en ter versterking van de potentie. Maar in 1638 gaf de Deense natuurkundige Ole Worm te kennen dat de lange hoorns niet van eenhoorns, maar van narwallen afkomstig waren. Het verhaal van de eenhoorn kan overigens best een echt dier als bron hebben. De inspiratie zou kunnen komen van de Arabische oryx, een ranke antilope die op een paard lijkt met twee rechte, zeer lange hoorns. Als je de oryx van opzij ziet, lijkt het net alsof hij één hoorn heeft. De mythe kan ook zijn ontstaan doordat er door een genetische mutatie weleens dieren worden geboren met één hoorn in plaats van twee.

Bekijk ook ...

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF VAN WETENSCHAP IN BEELD

Je ontvangt je gratis special, Onze extreme hersenen, als download zodra je je hebt aangemeld voor onze nieuwsbrief.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: