Alien: Covenant
© Twentieth Century Fox

5 scifi-films waar je slimmer van wordt

Hollywood is entertainment – maar als je een beetje oplet, kun je er ook slimmer van worden. Wij vieren de première van Alien: Covenant met een lijst van 5 films waar je iets van kunt leren.

15 mei 2017 door Babak Arvanaghi

Alien: Covenant

In de film:

Een kolonisatieschip met meer dan 2000 mensen aan boord is op weg naar een exoplaneet. Op die planeet komen ze de enige overlevende tegen van de Prometheus-expeditie: een missie die moest onderzoeken waar het leven op aarde is ontstaan.

In de werkelijkheid:

De Alien-films proberen niet om je wetenschappelijke horizon te verbreden. Maar op één punt hebben ze misschien wel gelijk: dat het leven op aarde ergens anders in de ruimte is ontstaan. Er zijn verschillende theorieën die stellen dat het allereerste leven op aarde via kometen naar onze planeet is gebracht. Sommige wetenschappers denken bijvoorbeeld dat aminozuren, die eerst werden omgezet in peptiden en vervolgens in leven, afkomstig zijn uit de ruimte.

 

Avatar

In de film:

De fictieve maan Pandora bevat enorme hoeveelheden van het kostbare (en fictieve) mineraal Unobtanium. Een mijnbouwmaatschappij heeft dan ook een vestiging op Pandora gebouwd om deze kostbare grondstof te delven.

In de werkelijkheid:

Mijnbouw in de ruimte bestaat nog niet, maar binnenkort misschien wel. Er zijn al verschillende bedrijven die proberen om als eerste de planetoïdengordel te bereiken en met hulp van speciale machines zeldzame mineralen terug naar de Aarde te brengen. De planetoïdengordel zit vol zeldzame metalen zoals platina, palladium, iridium, osmium, wolfraam en goud.

Interstellar

In de film:

De aarde is onherstelbaar beschadigd en de mensheid is wanhopig op zoek naar een nieuwe planeet om te koloniseren. Een ruimteschip vliegt door een wormgat en komt vlakbij een zwart gat terecht. Hier hopen de ruimtevaarders een nieuwe bewoonbare planeet te vinden.

In de werkelijkheid:

De film is voor een groot deel gebaseerd op theoretische natuurkunde en verschijnselen die we nog nooit hebben waargenomen, zoals wormgaten. Maar de internationaal vermaarde natuurkundige Kip Thorne heeft meegewerkt aan de film en ervoor gezorgd dat alle natuurkundige verschijnselen in de film zo 'realistisch' mogelijk zijn. Zo volgt de film de relativiteitstheorie van Einstein: de zwaartekracht van het zwarte gat zorgt er namelijk voor dat de bemanning minder snel oud wordt dan de mensen op aarde.

Bovendien zijn het zwarte gat en het wormgat in de film ongetwijfeld de beste die ooit zijn gemaakt. Het visual-effectsteam onder leiding van Kip Thorpe heeft zelfs een aantal wetenschappelijke artikelen gepubliceerd over de manier waarop ze deze verschijnselen zo mooi en natuurgetrouw in beeld hebben kunnen brengen.

 

Jurassic Park

In de film: 

Een wetenschapper is erin geslaagd om dinosaurussen te klonen op basis van het DNA dat hij uit fossiele muggen heeft gehaald. Hij opent vervolgens een attractiepark waar bezoekers deze uitgestorven dieren van dichtbij kunnen zien.

In de werkelijkheid:

DNA heeft een halfwaardetijd van 512 jaar. Met andere woorden: na 512 jaar is de helft van het DNA verdwenen. De resterende helft wordt ook binnen 512 jaar gehalveerd, enzovoort. Dit betekent dat DNA – onder ideale omstandigheden – maximaal 6,8 miljoen jaar overleeft. Dinosaurussen zijn ongeveer 65 miljoen jaar geleden uitgestorven en het is daarom niet mogelijk om dinosaurus-DNA te isoleren – ook niet van muggen die in barnsteen zijn opgesloten.

Maar met behulp van andere technologieën zijn wetenschappers er toch in geslaagd om een soort dinosaurus te creëren. Door de genen van kippen – die genetisch gezien sterk op dinosaurussen lijken – te manipuleren, hebben ze een kippenfoetus gemaakt met de snuit en poten van een dinosaurus.

Nu hoeven ze alleen nog maar de rest van het lichaam te maken ... Volgens de meest optimistische voorspellingen kunnen we binnen 10 jaar een levende dinosaurus zien.

2001: A Space Odyssey

In de film:

Stanley Kubricks meesterwerk uit 1968 speelt zich in drie verschillende tijden af. We volgen de apen op het moment dat ze wapens gaan gebruiken en schakelen vervolgens over naar een team astronauten dat op weg is naar Jupiter. De film eindigt met een foetusachtig wezen dat door de ruimte zweeft en uitkijkt op de aarde.

In de werkelijkheid:

De film is gemaakt vóór Neil Armstrong voet op de maan zette (1969), vóór de eerste ruimtesonde Jupiter passeerde (1973) en vóór computergegenereerde effecten hun entree op het witte doek maakten (1973). Maar de film heeft een aantal dingen heel goed voorspeld en ook de wetenschap in de film is voor een groot deel correct.

Dingen die de film goed voorspeld heeft zijn bijvoorbeeld videogesprekken, kunstmatige intelligentie, flatscreens, computergestuurde navigatie, tablets, computerspellen en toiletten die in gewichtloze omgevingen gebruikt kunnen worden. In 1968 stond de computertechnologie in de kinderschoenen, wat al deze voorspellingen nog indrukwekkender maakt.

De film geeft de minimale zwaartekracht in de ruimte heel goed weer en laat – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Star Wars – ook goed zien dat het doodstil is in de ruimte. Buiten het ruimteschip is er geen geluid. NASA heeft geholpen met de natuurkundige aspecten van de film en zorgde ervoor dat de film rekening hield met de relativiteitstheorie van Einstein.

Ook gelezen

Niet gevonden wat je zocht? Zoek hier: