28 januari leek een dag als alle andere te worden aan boord van het ruimtestation ISS. Maar toen sloeg het controlecentrum alarm: een brokstuk van een Chinese satelliet dreigde te dicht bij het ISS te komen. Gelukkig was het probleem snel opgelost door een van de stuurraketten een minuutje in te schakelen, waardoor de baan van het ISS iets aangepast werd. Zo werd een botsing met potentieel grote gevolgen voorkomen en liep het deze keer met een sisser af.
Het probleem is dat dit soort situaties vaker voorkomen dan ons lief is. Sinds 1998 is 14 keer alarm geslagen op het ISS, en een paar incidenten waren zeer ernstig. Bijvoorbeeld in juni 2011, toen een brokstuk van dezelfde Chinese satelliet op maar 250 meter langs het ISS scheerde. Toen moest de zeskoppige bemanning haar toevlucht zoeken in de 'reddingsboten', de twee Sojoez-schepen die altijd aan het ISS gekoppeld zijn.
Er is, bepaald niet zonder reden, een veiligheidszone ingesteld rond het ISS. Het alarm gaat af als een brokstuk binnen 25 kilometer van het station dreigt te komen. Een botsing met een klein stukje schroot van een paar kilo kan al grote gevolgen hebben. Het zou het ISS met een zeer hoge snelheid kunnen raken en een gat kunnen slaan in een module, waardoor de lucht er snel uit zou stromen.
Domheid of kortzichtigheid?
We moeten ons afvragen hoe we in de situatie zijn terechtgekomen dat ruimteschroot een serieuze bedreiging is, niet alleen voor het ISS, maar ook voor een groot aantal onbemande satellieten. Er zijn twee mogelijke verklaringen: pure domheid, of een gebrek aan voorzorgsmaatregelen.
Het was duidelijk geen goed idee van China om opzettelijk een raket af te vuren op een satelliet - een weersatelliet van het type Fengyun - die buiten gebruik was. Dergelijke satellieten cirkelen doorgaans op 900 kilometer boven de aarde in banen die door veel landen worden gebruikt voor surveillance en observatie van het weer.

Korte tijd na het 'neerschieten' van de Fengyun 1 zweefden de brokstukken in een breed gebied rond de aarde, de rode banen. Het ruimtestation ISS bevindt zich in de witte baan. Bron: NASA
Dit was geen goede beurt voor China. Je kunt niet ongestraft een satelliet neerschieten, want de brokstukken blijven in een baan om de aarde. Dit Chinese experiment leverde zo'n 150.000 brokstukken op, waarvan er 3000 zo groot zijn dat ze vanaf de aarde te zien zijn. Sommige stukken kwamen ver buiten de oorspronkelijke baan van de Fengyun terecht, en daardoor moest het ISS, dat zich 350 kilometer hoger bevindt, al twee keer uitwijken voor resten van de satelliet.
Maar niet alleen China treft blaam. Er bevinden zich op dit moment ruim 20.000 voorwerpen met een diameter van ten minste 10 centimeter in een baan om de aarde. Het overgrote deel is niet afkomstig van de Chinezen, maar van de andere ruimtevaartnaties, en de oorzaak is simpelweg dat veel missies niet goed doordacht zijn. Een goed voorbeeld zijn rakettrappen die nog een beetje brandstof bevatten en daarom ontploft zijn in een baan om de aarde. Dit leverde brokstukken op die jarenlang om de aarde draaiden. Deze explosies waren makkelijk te voorkomen geweest door te zorgen dat de raketten geen brandstof meer bevatten. Dat gebeurt nu ook, maar de ruimte zit inmiddels vol met allerlei schroot.
Onbegonnen werk?

Zelfs een kleine botsing kan een satelliet geheel onklaar maken, bijvoorbeeld als een antenne geraakt is. Bron: NASA
Op dit moment wordt veel gedaan om de ruimte vrij van schroot te houden, maar misschien is het onbegonnen werk en zal de hoeveelheid schroot alleen maar toenemen.
We zijn in ieder geval gewaarschuwd. In februari 2009 botsten een Amerikaanse en een Russische satelliet op elkaar, waardoor een enorme hoeveelheid schroot ontstond. Bij deze botsing is waarschijnlijk net zo veel puin ontstaan als bij het Chinese experiment.
We moeten uitkijken met dit soort ongelukken, want volgens een nieuw rapport van NASA zijn we dicht bij het zogeheten syndroom van Kessler, genoemd naar de NASA-wetenschapper die dit effect als eerste beschreef. Het syndroom van Kessler houdt in dat er bij botsingen tussen bestaande brokstukken nu zo snel nieuw puin ontstaat, dat het aantal brokstukken in de ruimte alleen maar toe zal nemen, zelfs als we helemaal geen nieuwe satellieten en raketten meer zouden lanceren.
In het slechtste geval is ruimtevaart door het syndroom van Kessler bijna onmogelijk, in ieder geval in de meest gebruikte banen. Het probleem is nog op te lossen, maar dat vergt van de ruimtevaartnaties veel inzet en geld. We kunnen alleen maar hopen dat er genoeg bereidwilligheid is bij deze landen om het probleem aan te pakken, zodat ruimtevaart door kan blijven gaan.

































Reactie: Log in of maak een gratis profiel aan om te reageren